De Degoe is een uit Chili afkomstig dier dat nauw verwant is aan de cavia.
In zijn thuisland is het één van de meest voorkomende diersoorten. Het diertje is te vinden in open, rotsachtig, prairieachtige gebieden tot een hoogte van 1500 meter. Ze klauteren daar over stenen en in de onderste delen van bomen en struiken. Ze zullen vrijwel nooit hoger dan anderhalve meter boven het aardoppervlak klimmen. Degoes graven ook holen en maken gebruik van rotsspleten. Het zijn dagactieve dieren, wat betekent dat ze vooral overdag actief zijn. Vooral ‘s morgens vroeg en ‘s avonds laat zijn ze erg actief. Op het midden van de dag slapen ze vaak wel wat. Ook ‘s nachts slapen ze, maar hun slaapcycli zijn nooit erg lang. Meestal worden ze na hoogstens twintig minuten wel weer wakker. Degoes slepen bijna alles wat ze krijgen en wat enigszins te dragen is naar hun nest. Ze gaan vaak ‘s avonds lang door, en zijn behoorlijk actief, waardoor ze binnenshuis wat geluidsoverlast kunnen veroorzaken.
Degoes maken naar elkaar toe (en soms naar hun verzorger) vaak allerlei geluidjes, die dienen als een soort communicatiemiddelen. Ze maken zachte piepgeluidjes naar elkaar toe als ze willen laten zien dat ze elkaar lief vinden, of het mannetje doet dat als hij wil paren. Ze maken een hard "squeeek !!"-geluid als ze ergens van schrikken. Hierop reageren de andere degoes meestal door heel stil te blijven zitten, of door snel weg te kruipen om op de verstopplek vervolgens stil te blijven zitten tot de kust weer veilig is. Ook maken ze wat hardere piepgeluiden als ze ergens "chagrijnig" van worden (en af en toe worden ze echt chagrijnig hoor !), bijvoorbeeld als ze ergens druk mee bezig zijn, en ze worden daarbij door een soortgenootje gestoord, of als ze zich bezeren.
De Degoe heeft in de vorm van zijn staart een zogenaamd ”tweede leven”. Wanneer een roofdier een degoe te pakken heeft is het vaak aan zijn staart. De huid om de staart zit echter zo los dat deze afstroopt als het dier aan zijn staart gepakt wordt. Het geeft de degoe een kans om te ontvluchten. Eenmaal in veiligheid zal de degoe het bloedende deel van de staart afknagen om infectie te voorkomen. De afgeknaagde staart of het gedeelte hiervan zal wel snel genezen maar niet meer aangroeien. Er lopen ook in gevangenschap veel degoes rond met een halve staart.
Degoes die als huisdieren worden gehouden worden normaal gesproken tussen de vijf en acht jaar oud. In de vrije natuur overlijden ze meestal veel eerder, ze worden dan maximaal vier jaar oud. Dit heeft te maken met het minder goede voedsel, de grotere kans op ziektes en het gevaar van vijanden in de vrije natuur. Een degoe in het wild is 25-31 cm lang en weegt 170-300 gram. De huis degoe blijft een stuk kleiner en lichter.
Degoes zijn geen knuffelbeestjes. Ze zullen nooit zo tam worden als bijvoorbeeld een cavia. Ze worden niet zo graag opgepakt, en je kunt ze meestal ook moeilijk aaien, want dan lopen ze snel weg. Voor kinderen zijn degoes dan ook meestal niet zo geschikt, want die willen hun diertjes meestal juist heel graag oppakken en aaien.
Degoes wennen vrij gemakkelijk aan hun verzorger. Als je ze regelmatig uit de hand voert zullen ze snel aan je gewend raken.
Degoes knagen op alles, en hun kooi moet dan ook van glas of metaal zijn, zodat ze deze niet kapot kunnen bijten. Omdat degoes graag klimmen en springen, en nogal beweeglijk zijn, zul je begrijpen dat ze behoorlijk wat ruimte nodig hebben. De kooi die je voor je degoes aanschaft moet dan ook behoorlijk groot zijn. Vooral moet deze behoorlijk hoog zijn (ongeveer 50 cm hoog op z'n minst). Daarnaast is het belangrijk dat je goed oplet van wat voor materiaal je kooi is gemaakt. Eigenlijk alleen metaal en glas zijn voor degoes geschikt. Zelfs het harde plastic, waarvan sommige speciaal voor knaagdieren ontworpen kooien zijn gemaakt, zullen degoes uiteindelijk kapot bijten. Wees er dus in elk geval op bedacht dat ze bijna alles kapot kunnen knagen! Ze zullen ook wel proberen op je vingers te knagen.
Verder zijn degoes over het algemeen vriendelijk en niet agressief, ook niet naar mensen toe. Ze willen wel eens uit nieuwsgierigheid proberen in je vingers te knagen, maar echt agressief bijten doen ze normaal gesproken zelden.
Als degoes ontsnappen dan heb je ze vaak niet snel weer gevangen. Ze gaan op alles knagen (zoals meubels en elektriciteitsdraden) en ze zijn razendsnel. Je moet ze dan soms echt met een net weer vangen, omdat met de hand niet lukt. Degoes zijn dus echte knagers. Ze knagen werkelijk op alles wat los en vast zit. Dit knagen is erg belangrijk, want de tandjes van een degoe blijven steeds doorgroeien. Ze moeten ze daarom aan allerlei voorwerpen "slijpen" om te voorkomen dat ze in hun onderkaak vastgroeien.
Voorkomende tandproblemen:
De tanden zijn wit (i.p.v. oranje), de tanden zijn afgebroken, de tanden zijn te lang en in de kaak gegroeid (als dit zo is kan de degoe niet meer eten).
Hoe te voorkomen of genezen:
Als de tanden zijn afgebroken is dit meestal niet zo'n probleem, omdat de tanden wel weer aangroeien. Let er wel op dat je degoe blijft eten. Als de tanden in de onderkaak zijn gegroeid moet daar zo snel mogelijk wat aan gedaan worden (door een dierenarts), omdat de degoe niet meer kan eten. Te lange tanden kunnen veroorzaakt worden doordat de tanden niet recht boven elkaar in de mond staan, of doordat er niet genoeg knaagmogelijkheden in de kooi aanwezig zijn. Als de tanden van de degoe wit zijn heeft deze een mondziekte waar niets aan te doen is. Je degoe zal dan niet lang meer leven. Je kunt mondziektes voorkomen door te zorgen dat je degoes steeds vers en schoon water krijgen.
De degoe is erg sociaal en ze kunnen dus niet alleen worden gehouden. Een degoe alleen zal verpieteren in zijn kooi. Ze kunnen het beste in een groepje (drie tot zeven dieren) in een ruime kooi gehouden worden. Let wel op dat meerdere dieren bij elkaar natuurlijk voor jongen zullen zorgen en het is vaak niet makkelijk om voor de jongen weer een nieuw tehuis te vinden.
Over het tijdstip waarop degoes geslachtsrijp zijn bestaat nogal wat tegenstrijdige informatie. De een zegt dat de degoe pas geslachtsrijp is als hij zes maanden oud is, en de ander zegt dat een bevruchting al kan plaatsvinden als het vrouwtje slechts vijf weken oud is. Wanneer precies een degoe vruchtbaar is, is dus ook niet helemaal duidelijk, en misschien is dat ook wel verschillend per degoe. Houdt er wanneer je jonge degoe-vrouwtjes hebt in elk geval rekening mee dat zij al vrij jong bevrucht kunnen worden, en zet ze op de leeftijd van vijf a zes weken apart van hun vader en broers, zodat zij niet ongewenst zwanger zullen worden. De draagtijd van een bevrucht degoe-vrouwtje is 90 dagen. De jongen van de degoe zijn bij de geboorte dan ook al helemaal "af", dat wil zeggen dat zij al een vacht hebben, hun oogjes zijn open, en ze kunnen al aardig lopen. In het begin blijven ze wel nog in hun nest, maar het duurt niet lang voor ze hun omgeving gaan verkennen. Na een paar weken beginnen de jongen al wat mee te eten van het voedsel van hun ouders, en na een week of vijf a zes hebben ze geen moedermelk meer nodig. Een degoe-nest bestaat gemiddeld uit vijf jongen, maar het kunnen er ook drie of zelfs tien zijn.
Degoes bepalen zelf hun tijdstip van paren. Het mannetje wil wel wat vaker paren, maar in de meeste gevallen staat het vrouwtje dit niet toe. Ze loopt dan weg, en piept op enigszins boze toon tegen het mannetje. Slechts eens in de twee a drie weken zal het vrouwtje een dekking toelaten, hoewel dit wel per degoe verschillend zal zijn. Het vrouwtje is meteen nadat de jongen geboren zijn alweer vruchtbaar, maar vaak wordt zij pas weer bevrucht als zij haar jongen heeft grootgebracht. Je kunt het mannetje tijdens de bevalling en ook daarna gewoon bij het vrouwtje en de jongen laten. Normaal gesproken zal hij niet agressief worden ten opzichte van de jongen, en zal hij zelfs meehelpen bij hun verzorging. Het vrouwtje gaat vaak boven op haar jongen liggen, zodat zij bij haar kunnen drinken, maar ook ter bescherming en voor de warmte die zij zo krijgen. Ook het mannetje zal boven op de jongen gaan liggen, hoewel het de jongen dan wel tegenvalt dat er niets te drinken valt. Als de jongen uit het nest zijn en de ouders willen dit niet hebben, bijvoorbeeld in verband met gevaar, pakken zij ze in hun bek en brengen ze terug naar het nest. Als je in de eerste paar dagen nadat de jongen geboren zijn in het nest wil kijken, zullen de ouders hun jongen onderstoppen met het nestmateriaal, om ze zo te beschermen tegen eventuele vijanden.
Degoes eten alleen plantaardig voedsel. In de vrije natuur leven ze op een rotsachtige bodem met struikachtige begroeiing. Ze eten daar voornamelijk grassen, zaden en granen. Vezels zijn in het voedsel van degoes een heel belangrijk bestanddeel. Je kunt je degoes het beste een combinatie van cavia- en chinchillavoer geven. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat er voldoende hooi in de kooi aanwezig is. Hooi eten ze graag en het is bovendien heel gezond, omdat het vezelrijk is. Degoes kunnen geen suikers verwerken en ze krijgen darmklachten en eventueel suikerziekte als ze teveel suikers binnen krijgen. Ook voedsel zoals fruit, rozijnen en sommige soorten groenten bevatten suikers, en dat is de reden dat je ook deze slechts in zeer beperkte mate (liefst helemaal niet) aan degoes mag voeren.
Degoes zijn dol op (pel)pinda's en zonnebloempitten. Deze bevatten echter veel vetten en olie, en zijn om die reden niet goed voor degoes. Je mag ze best af en toe een pinda of een paar zonnebloempitjes geven, maar doe dit echt alleen als lekkernij en dus niet te vaak. Als degoes teveel vetten binnen krijgen kan dit leiden tot het ontstaan van suikerziekte, wat ongeneeslijk is. Degoes zijn heel bevattelijk voor deze ziekte.
Je kunt degoes in principe zoveel voer geven als je wilt, want ze eten niet gauw hun hele bak leeg. Ze eten tot ze genoeg te eten hebben gehad, en dan stoppen ze. Als ze veel voedsel hebben zullen ze ook wat voedsel begraven. Het feit dat ze niet meteen hun hele voederbak leeg eten zorgt ervoor dat je degoes rustig een paar dagen alleen thuis kunt laten, als je zorgt dat ze genoeg voedsel en water hebben.