Een andere naam voor een Gerbil is: woestijnratje.
Het dier is dag en nacht actief.
Het zijn sociale dieren die niet alleen gehouden kunnen worden (tenzij..)
De gerbils herkennen elkaar aan hun geur en nestgenoten zullen altijd geaccepteerd worden, mits ze niet enkele dagen van elkaar gescheiden zijn geweest dan is de geur verandert en wordt het vechten. Maar dieren die elkaar niet kennen kunnen niet bij elkaar gezet worden of er moet een mogelijkheid zijn om ze gescheiden van elkaar kennis te kunnen laten maken over een langere tijd of men moet de dieren erg klein zetten en hopen dat de vachtverzorging zo dicht op elkaar voorrang krijgt en ze elkaars geur overnemen. Vechtende gerbils gaan door totdat de ander dood is.
Het zijn erg nieuwsgierige dieren die redelijk makkelijk tam te maken zijn, ze zullen hun verzorger maar zelden bijten. De gerbil staat regelmatig op de achterpoten om de omgeving goed te bekijken.
Oppakken van een gerbil kan het beste door het diertje aan de staartaanzet voorzichtig vast te houden en met andere hand te ondersteunen. De staart breekt makkelijk af en groeit niet meer aan.
Het zijn dieren die leven in zelf gegraven gangenstelsels. Het hok is het meest ideaal als er een laag van ongeveer 15 cm ligt bestaande uit zand met hooi, compost en turfmolm. Af en toe nat sproeien zorgt ervoor dat het niet al te stoffig wordt. Ze poepen en plassen meestal in 1 hoek, als die hoek elke dag gereinigd wordt hoeft de rest van het hok maar eens per maand gedaan te worden. De Gerbil heeft geen geur aan ontlasting of urine die wij kunnen ruiken.
Vanwege de dikke laag op de bodem en het leven in gangen is een glazen bak het beste hok, zorg wel voor een deksel of gaas bovenop anders springen ze eruit. Ze kunnen ook in een traliekooi, dan wel in de gaten houden dat ze niet hele kooi kapot knagen. Slapen doen ze in bijvoorbeeld een bloempotje, stenen hamsterhuisje, vogelhuisje of tussen gestapelde stenen. Over de stenen klimmen ze graag en ook een stuk klimhout wordt zeer gewaardeerd. Zet er geen loopradje in met open spijltjes omdat hier de lange staart gemakkelijk in klemt komt te zitten.
Ze wassen zich graag in speciaal chinchillazand.
Ze eten weinig ongeveer 10-15 gram per dag. Ze mogen geen konijnenvoer hebben maar liever speciaal gerbilvoer of gemengd knaagdiervoer. Wel een eiwit arm menu. Ze lusten op zijn tijd een meelwormpje en kleine stukjes fruit en groente zoals appel, broccoli. Ook rozijntjes en hondenbrokje vinden ze lekker maar geef dit met mate. Geef altijd voldoende hooi en bijvoorbeeld een knaagsteen of wilgentakje voor de tanden.
Het verschil tussen een vrouwtje en een mannetje is te zien aan de afstand tussen de geslachtsopening en de anus. Bij een mannetje zitten deze verder van elkaar.
Een gerbil is geslachtsrijp als deze ongeveer 3 a 4 maanden oud is en blijven dit tot een leeftijd van ongeveer anderhalf jaar. De vrouwtjes laten ongeveer eens in de 6 dagen een paring toe. Ze dragen 24 dagen waarna de jongen blind en naakt ter wereld komen. Ze zijn dan ongeveer 2 cm lang en wegen 2 tot 3 gram. Meestal zijn er in het nest 4 tot 5 jongen te vinden. Als ze 1 week oud zijn hebben ze hun vacht en voor ze 2 weken oud zijn gaan de ogen open. Dan verlaten ze samen met hun moeder het nest om de omgeving te gaan verkennen. Na 3 weken drinken ze vrijwel niet meer bij de moeder, maar ze mogen pas weg bij de moeder als ze ongeveer 5 weken oud zijn. De moeder en de jongen mogen gewoon in de groep blijven. De rest van de groep zal hun niet aanvallen. De vader heeft zelfs een belangrijke taak in de opvoeding! De gerbil wordt ongeveer tussen de 3 en de 5 jaar oud.
Er zijn ook nog andere soorten gerbils zoals de Dikstaartgerbil en de Shawi-gerbil. Deze zijn niet te vergelijken met de meest gangbare: de Mongoolse gerbil. Let dus goed op welke gerbil u in huis haalt en welke specifieke verzorging hier bij hoort.